heimwee.info

… powered by Holland at Home

De Watersnoodramp

De grootste natuurramp van de moderne Nederlandse geschiedenis is de Watersnoodramp die in 1953 plaatsvond in de provincie Zeeland. Deze ramp eiste veel mensenlevens, en ook heel veel dieren werden door het wassende water gedood. De ramp liet een spoor van verwoesting achter en staat daarom bij alle Nederlanders in het geheugen gegrift.

Nederland en het water

Nederland gaat al eeuwenlang het gevecht tegen het water aan. De Watersnoodramp van 1953 was dan ook niet de eerste overstroming die Nederland trof, want ook in 1404, 1421, 1530, 1570, 1717 en 1916 was het raak. De belangrijkste reden dat Nederland zo kwetsbaar is voor overstromingen is omdat een groot deel van Nederland beneden Nieuw Amsterdams Peil ligt, ofwel beneden de zeespiegel. Als er geen dijken en zeeweringen in Nederland waren zou een groot deel van Nederland onder water lopen.

Al lang voordat de Watersnoodramp plaatsvond had Rijkswaterstaat waarschuwingen afgegeven over de slecht onderhouden dijken en zeeweringen. Ze adviseerden dat de dijken vernieuwd moesten worden zodat ze ook in toekomstige jaren Nederland konden beschermen tegen het water. Naar aanleiding van dat advies werd in 1939 een speciale commissie opgericht. Deze zogenaamde Stormvloedcommissie moest met een voorstel en plan van aanpak komen om Nederland voldoende tegen hoog water te beschermen. Echter, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak stopte de commissie direct met haar werkzaamheden. In 1943 kreeg Nederland al een voorproefje van wat hen te wachten zou komen te staan, want toen de waterstanden zeer hoog werden braken een aantal weringen door, al leidde dit niet tot een ramp. Ook toen de oorlog ten einde was kreeg de overstromingspreventie niet de aandacht die het verdiende, want men besteedde de tijd liever aan de wederopbouw van het land. De dijken gingen steeds meer achteruit, en daarnaast gingen de boeren dankzij de grote vraag naar voedsel en nieuwe agrarische technieken ook steeds meer land gebruiken dat nog verder onder de zeespiegel lag, en dat maakte het risico op overstromingen steeds groter.

De storm breekt uit

Op 31 januari 1953 brak diep in de nacht een orkaanachtige storm uit. Er ontstonden vloedgolven en het was tegelijkertijd ook nog eens hoogtij waardoor het waterniveau ruim vijf meter boven de zeespiegel steeg. Hier waren de verouderde en slecht onderhouden dijken totaal niet tegen bestand, zodat ze doorbraken en overstromingen veroorzaakten. Grote delen van de provincies Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant kwamen onder water te staan. De gebieden die overstroomden ontvingen echter niet snel genoeg waarschuwingen, omdat radio’s ’s nachts niet uitzonden en de telefonie niet goed werkte door de barre weersomstandigheden. De bewoners van de getroffen gebieden wisten dus niet dat ze moesten evacueren en werden in hun slaap verrast door het water dat hun huizen binnenstroomde. Veel huizen stortten in door de enorme stuwkracht van het water, waarna mensen en vee onder het water werden bedolven.

Op de ochtend van 1 februari zakte het water tijdelijk, zodat sommige overlevenden de mogelijkheid kregen om weg te vluchten. Anderen klommen op het dak van hun huis, hopende dat mensen met boten hen snel zouden komen redden. Echter, veel mensen wisten niet dat er een overstroming had plaatsgevonden en wisten dus ook niet dat er slachtoffers op redding zaten te wachten. De mensen die wel op de hoogte waren van de ramp die zich had voltrokken probeerden met kleine roeiboten de mensen op de daken te bereiken, maar die hulp was vruchteloos aangezien niet snel daarna een tweede stormvloed uitbrak. Omdat er nog maar weinig dijken heel waren stroomden de gebieden snel weer onder en spoelden de huizen weg die bij de eerste stormvloed waren blijven staan. Ook begon nu de dijk van de Hollandse IJssel bij Groenedijk steeds wankeler te worden en even later werd weggevaagd door het water; de drie miljoen mensen die deze dijk moest beschermen moesten nu in allerijl zien weg te komen. De burgemeester van Nieuwkerk was de wanhoop nabij en nam een grote rijnaak met de naam “Twee Gebroeders” in beslag, en droeg de schipper op meteen naar de stukgeslagen dijk te varen en het gat met de bood te dichten. Wat niemand verwachtte was dat deze actie enigszins succes had en mogelijk veel mensen van een gruwelijke dood heeft gered.

Hulp is in aantocht

Veel mensen moesten tot maandag 2 februari wachten voordat zij hulp kregen van buitenaf. Pas toen werd er een grote reddingsoperatie gestart, en Nederland kreeg daarbij hulp van andere landen van wie sommigen zelf ook te lijden hadden gehad onder de storm, zoals Engeland, België en Frankrijk. Het leger werd opgetrommeld om te helpen bij het zoeken en redden van mensen, en ook Canada en Amerika schoten te hulp met helikopters.

Niet lang nadat de evacuatie op gang kwam brachten Koningin Juliana en Prinses Beatrix een bezoek aan het rampgebied, omdat ze zelf wilden zien wat de ramp teweeg had gebracht en om de slachtoffers emotionele steun te geven. Daarnaast werd er een nationale inzamelingsactie georganiseerd en ook de Nederlandse bevolking betuigden hun steun en startten allerlei acties, zoals de ‘Snertveldslag’ waarbij soldaten door erwtensoep te verkopen geld inzamelden voor de getroffen burgers. Tevens boden veel Nederlanders kleding, dekens of tijdelijke huisvesting. Bovendien kwamen veel Nederlanders naar het rampgebied toe om zelf hun handen uit de mouwen te steken en te helpen met het opruimen. Ook in het buitenland was men erg begaan met de situatie in Nederland en veel landen doneerden geld voor de wederopbouw van het gebied. En dat geld was hard nodig, want behalve dat de Watersnoodramp heel veel levens had geëist (1836 mensen en meer dan 200.000 dieren) waren ook ruim 3000 huizen en boerderijen door het water met de grond gelijk gemaakt en waren er 43.000 onbewoonbaar verklaard, waardoor meer dan 72.000 geen dak meer boven hun hoofd hadden. Daarnaast konden de overstroomde akkers jarenlang niet gebruikt worden, omdat het zoute water de grond ongeschikt had gemaakt voor de landbouw. De totale schade van de ramp wordt geschat op ongeveer 1 triljoen Nederlandse guldens.

Het Delta Plan

Meteen na de ramp gingen specialisten onderzoek doen om te kijken hoe Nederland in de toekomst gespaard kon blijven van overstromingen. De Deltawerken waren het gevolg, en als onderdeel van dit beroemde project dat maar liefst 50 jaar duurde werden de oevers van de Rijn, Maas en Schelde van geheel nieuwe dijken en waterkeringen voorzien. Het allerlaatste project, dat in 1998 gereed kwam, was de stormvloedkering bij Rotterdam.

De Watersnoodramp zit bij veel Nederlanders nog steeds vers in het geheugen, en jaarlijks vindt op 1 februari een herdenking plaats. In 2002 is het dodental van de ramp overigens gecorrigeerd, want men had ontdekt dat er in de nacht van 31 januari een baby was geboren en meteen weer overleden, en deze baby was niet meegenomen bij de officiële telling.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: