heimwee.info

… powered by Holland at Home

Verkiezingen – Moeilijke Woorden Quiz

Ben jij helemaal thuis in het ‘verkiezingsjargon’? Of begint het jou meteen te duizelen als je een artikel leest over de verkiezingen? Test hier jouw kennis van de begrippen die vaak rond de verkiezingen worden gebruikt.

1. Onder het electoraat wordt verstaan:
A. Alle partijen waaruit gekozen kan worden
B. De leden van de Eerste Kamer
C. Alle kiezers die mogen stemmen

2. Het verschil tussen een informateur en formateur is:
A. De informateur onderzoekt welke partijen willen samenwerken, de formateur stelt onder andere het regeerakkoord samen
B. De formateur onderzoekt welke partijen willen samenwerken, de informateur stelt onder andere het regeerakkoord samen
C. De informateur en formateur doen allebei hetzelfde

3. Als partijen een coalitie aangaan dan betekent dit dat zij:
A. Het kiesrecht ter discussie willen stellen
B. Een regering van twee of meer partijen gaan vormen
C. Kritiek hebben op het regeringsbeleid

4. In welk jaar werd de stemgerechtigde leeftijd in Nederland verlaagd van 21 jaar naar 18 jaar?
A. 1965
B. 1971
C. 1983

5. De rol van een lijstduwer is:
A. Extra stemmen trekken zonder zelf gekozen te worden
B. Ervoor zorgen dat er voldoende kandidaten op de lijst van de partij staan om mee te kunnen doen aan de verkiezingen
C. Reserve-lijsttrekker

6. Partijen gaan vaak een lijstverbinding aan om:
A. Aan de kiezer duidelijk te maken dat dit de partijen zijn met wie ze willen gaan regeren
B. De kans te vergroten dat ze restzetels krijgen toegewezen
C. Extra stemmen te trekken

7. Een zwevende kiezer is iemand die:
A. Op een linkse partij stemt
B. Per brief of volmacht stemt
C. Nog niet weet op welke partij hij/zij gaat stemmen

8. Een buitenlandse EU-burger die in Nederland woont heeft na verhuizing naar Nederland direct stemrecht voor:
A. De Gemeenteraad en het Europees Parlement
B. Het Europees Parlement
C. Niets, ze mogen pas stemmen als ze 5 jaar in Nederland wonen

9. Een Nederlander die in het buitenland woont en daar wil stemmen voor de Tweede Kamer of het Europese Parlement kan stemmen per:
A. volmacht
B. brief of volmacht
C. Niets, ze moeten in Nederland wonen om te kunnen stemmen

10. Een beginselpartij is een partij die:
A. Slechts één of een klein aantal onderwerpen in het verkiezingsprogramma heeft staan.
B. Zich sterk laat leiden door beginselen
C. Zich sterk richt op het geldende verkiezingsprogramma

De juiste antwoorden zijn:
1. C; 2. A; 3. B; 4. B; 5. A; 6. B; 7. C; 8. A; 9. B; 10. B

Tip: deel je score met andere emigranten en plaats een reactie onder dit artikel!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: